16 mei 2000

Ik heb lang moeten zoeken naar deze foto. Elf dikke albums vol herinneringen doorbladerde ik, tot ik eindelijk onze witte Mazda vond. Dit is een foto van de dag waarop mijn kleinste zusje voor het eerst thuiskwam. Ik ben de grootste zus, met het champignonachtig kapsel en mijn handjes om de bovenkant van de Maxi-Cosi geklemd. Ik zie er niet echt blij uit. Er staat namelijk iets verschrikkelijks te gebeuren.

Ik heb mijn ouders op de weg naar huis horen overleggen. Ze vinden dat we met een zusje extra te krap zitten op de achterbank van de witte Mazda. Ze willen een nieuwe auto kopen.

Dat vind ik heel erg, want ik hou van onze auto. Hij brengt me elke dag naar school. Hij heeft een krakende radio met een cassettedek. Ik heb mijn eigen cassettebandje. Er staat drie keer na elkaar hetzelfde liedje op, precies de tijd die nodig is om naar school te rijden. Big Big World van Emilia. Ik ken het helemaal uit mijn hoofd, ook al is het in het Engels. Miss you much, zingt ze. 

’s Nachts word ik wakker. Ik beeld me in dat onze auto bijeen wordt geperst op de schroothoop. Hij heeft pijn, hij roept om hulp, maar ik kan niks doen. We hebben hem zelf weggedaan, het is onze eigen schuld. Ik begin te huilen, klim mijn bed uit en sluip de kamer van mijn ouders in. Mijn moeder schrikt zich een ongeluk wanneer ik haar wakker schud.

‘Heb je een nachtmerrie gehad?’, vraagt ze. ‘Nee, mama, ik moet wenen omdat de auto weggaat.’ Ze heft het deken omhoog. Ik mag bij haar in bed slapen.

De dag waarop onze witte Mazda weggaat, neem ik afscheid, voor de eerste keer in mijn leven. Ik lig een hele voormiddag op de achterbank de stof te strelen. En ik zing. But I do do feel, that I do do will miss you much. Miss you much.

16 oktober 2014

rijbewijs.jpg

Flashforward naar veertien-en-een-half jaar later. Niet meer treurend op de achterbank, maar trots achter het stuur. Ik voel dat ik mijn bescheiden onafhankelijkheid in handen heb als ik mijn vingers eromheen klem. 

Mijn voorlopig rijbewijs vervalt bijna, dus het is nu of nooit. Ik heb lang geoefend en ik ben er klaar voor. Toch ben ik zelden zo zenuwachtig geweest. Ik sta op om 6u. Om 7u30 moet ik in het examencentrum zijn. Ik rijd er zelf naartoe en dat gaat goed. 

Mijn begeleider gaat naar binnen om mij aan te melden. Hij komt terug naar buiten met een grote, knorrige man in een fletse grijze broek en een donkere jas. Hij heeft een puist naast zijn neus. Hij trekt de deur van de auto open en zegt: 'goeiemorgen, juffrouw'. En ik weet meteen: alles wat ze zeggen over rij-examinatoren is waar. Deze man maakt mij het komende half uur het leven zuur. Maar ik laat me niet van de wijs brengen. Ik ga zo dadelijk glansrijk mijn vrijheid verwerven. 

 

Hier kan je horen – op de tonen van Shania Twain – hoe dat is verlopen:

In my car - I'll be the driver
00:00 / 00:00

16 januari 2020
 

Ondertussen heb ik zes jaar mijn rijbewijs – twee dagen na de botsing deed ik een nieuwe poging en stonden er geen bomen in de weg. Ik heb nog steeds geen eigen auto, dat kan ik niet betalen. Ik rijd meestal met de wagen van mijn moeder. Die is nog maar enkele maanden oud.  

Het is een donderdagavond in januari, ongeveer 19u. Ik ben nog op school, zo dadelijk heb ik een doorlooprepetitie. Ik ga nog even naar het toilet en check mijn gsm. Mijn mama heeft drie keer gebeld. Dat is op zich niet speciaal, ze belt soms vijf keer na elkaar om een kleine anekdote te vertellen over onze konijnen. Toch bel ik terug. Ze neemt op, ik kan haar amper verstaan omdat ze zo hard huilt. ‘Anke’, zegt ze, ‘ik heb hem kapot gereden.’ Ik weet meteen wat ze bedoelt.

Ze stond aan te schuiven aan de verkeerslichten op een hoofdweg en is ingedommeld achter het stuur. Ze loste haar koppeling, maar stond in de eerste versnelling. Ze knalde op de auto voor haar. Onze auto is perte totale. Mama is, op het schrikken na, oké. Haar lichaam was totaal ontspannen toen ze botste, omdat het in slaaptoestand was.

Ik heb geen afscheid kunnen nemen van de auto waarmee ik mijn rijexamen deed en waarmee ik vijf jaar lang bijna dagelijks heb gereden. Ook daar heb ik om gehuild.

Het heeft zeker een maand geduurd voor ik de nieuwe auto begon te vertrouwen. Hij voelde vreemd aan, als nieuwe schoenen die een beetje knellen, nadat je het vorige paar jarenlang elke dag hebt gedragen. Nu hebben we vriendschap gesloten. 

Het model van de auto is exact hetzelfde als de vorige. Een Dacia Duster. Autokenners noemen hem vaak voor de grap ‘de stofzuiger’. Waar ik dan weer erg om moet lachen aangezien mijn moeder ongeveer iedere dag stofzuigt.

De Dacia Duster is het goedkope alternatief voor mensen die met een 4X4-model willen rijden, maar geen echte 4X4 kunnen betalen. Wij hebben hem aangeschaft omdat we allemaal heel klein zijn en graag wat hoger zitten in een auto. Om ons toch een beetje minder kwetsbaar te voelen tussen alle gevaartes op de weg.  

Er is amper technologie mee gemoeid, de boordcomputer is beperkt tot een slecht werkende gps en een bluetoothverbinding. Eigenlijk heb ik niet veel ervaring met auto’s en weet ik heel weinig over wat ze vandaag allemaal ‘kunnen’.

Bachelorproef Woordkunst 
Anke Verschueren 

© alle tekst-, audio- en videomateriaal is gemaakt door en eigendom van Anke Verschueren