De tekening

Mijn naam is Anke. Dit is het jaar 2020 en ik ben 26. 

Ik begin met een bekentenis. 
Ik heb niet veel fantasie. 

Daar maak ik me wel eens zorgen over.
Zonder mensen om mij heen,

kan ik geen personages bedenken.
Zonder verhalen van anderen,

kan ik geen plot opbouwen.
Zonder toegang tot het wereldwijde web, kan ik niet de juiste woorden vinden.

Zelfs nu kan ik het niet laten om het woord fantasie even te googlen.
Het lemma van de wikipediapagina is niet fantasie, maar verbeeldingskracht.
Ook volgens synoniemen.net zijn fantasie en verbeelding
eigenlijk aan elkaar gelijk.

Daar ben ik het niet helemaal mee eens.

Fantaseren is voor mij verzinnen. Verbeelden is, wel ja, ver-beelden.
Beelden zien. Of maken. Jezelf erin zetten.
Of erbuiten, maar wel in verhouding tot.

Fantasie is Harry Potter, die op zijn elfde verjaardag
te weten komt dat hij een tovenaar is.
Verbeelding is het vermogen om als elfjarig meisje
in je bed in de Kempen te liggen en toch, tegelijkertijd,
samen met Harry Potter in een vliegende auto boven Londen te zweven.

Verbeelden kan ik wel. Gelukkig.

Het is niet zo dat ik ooit een kinderlijke fantaseerkracht had, die ik ergens onderweg ben kwijtgespeeld. Ik heb nooit verhaaltjes verzonnen of gedichtjes geschreven. Ik zat stiekem onder mijn bureautje te lezen en verdwaalde zo in andere werelden. Ik maakte geen liedjes, maar brulde elke hit mee met de autoradio, terwijl ik me inbeeldde dat ik op het podium stond.

Tot mijn vierde kleurde ik alles zwart. Later bekwaamde ik me in het overtrekken van tekeningen. Ik kreeg er van Sinterklaas zelfs speciaal doorschijnend papier voor. In de middelbare school trok het vak Plastische Opvoeding het gemiddelde op mijn rapport naar beneden. In de marge stond: ‘Beste Anke, je doet je best, maar je bent niet echt creatief aangelegd.’ Bij thuiskomst zat mama klaar met de rekenmachine om mijn resultaten te herberekenen, zonder Plastische Opvoeding mee te tellen.

Toch ben ik er op de één of andere manier in geslaagd om een tekenwedstrijd te winnen.

Ik was zes jaar en zat in het eerste leerjaar. Het thema van de maand was mobiliteit. In het kader daarvan nam de hele klas deel aan een wedstrijd van de
Bond van Trein-, Tram- en Busgebruikers.

‘Hoe gaan we op reis in het jaar 2020?’
Dat was de vraag. We stuurden onze kunstwerken op in een grote bruine envelop. Ik tekende een vliegende auto. Ik won een ballonvaart.

Ik heb er nooit eerder over nagedacht, maar eigenlijk is het vreemd dat een organisatie voor Openbaar Vervoer een tekening van een vliegende auto liet winnen. Ik had toen zelfs nog nooit de tram of de bus genomen.

Waarschijnlijk werd de winnaar gewoon geloot.

Bachelorproef Woordkunst 
Anke Verschueren 

© alle tekst-, audio- en videomateriaal is gemaakt door en eigendom van Anke Verschueren