?- GOEDKOPER - SNELLER - VERDER - GEZONDER? - GOEDKOPER - SNELLER - VERDER - GEZONDER? - GOEDKOPER

Op zaterdag 31 oktober 1908, om half acht 's ochtends, vertrekt er in Lincoln, Nebraska een man in zijn zelfgebouwde auto. Hij begint aan een tocht van 2900 kilometer. Zijn doel is zo snel mogelijk aankomen in New York City.

Twee maanden eerder stuurde hij een brief naar collega-autobouwers. Ik beeld me in dat die er ongeveer zo uitzag: 

Er gaat niemand op zijn vraag in. Dus hij vertrekt alleen.

Hij doet er 29 dagen over. Hij heeft maar één reserveband bij zich, een touw, een koffer, een waterzak en wat gereedschap. En een dagboek. Daarin schrijft hij wanneer hij de moed kwijtraakt en terugvindt. Hij verdwaalt zo erg dat hij niet anders kan dan blijven stilstaan en wachten. In de hoop dat er in de verte een trein langskomt, in de hoop dat hij zich op de richting van het geluid kan oriënteren. Hij wordt in iedere staat minstens één keer tegengehouden door de politie, omdat hij niet met een lokale nummerplaat rijdt. Ik beeld me in dat hij hen glimlachend van antwoord dient. 
                                                                       ‘Sir, I’m on a trip.’

Op andere plekken wordt hij hartelijk ontvangen en krijgt hij hulp en een appel voor onderweg. Hij trotseert wegen die geen wegen zijn. Zijn wielen banen zich een weg door het ruwe landschap.

Natuurlijk moet hij regelmatig halt houden.

Niet om te tanken, maar om zijn batterij op te laden.


Hij rijdt met een elektrische wagen.
Het geloof in zijn auto baant zich een weg door Amerika.

Op zaterdag 28 november 1908 rond zes uur in de avond, bereikt hij Times Square.

Hij is bekaf en apetrots.

Hij heet Oliver Parker Fritchle.


Hij heeft iets buitengewoons gedaan en toch is hij onze geschiedenisboeken niet ingegaan.

Ik heb zelfs nooit op school geleerd, nooit opgezocht, nooit geweten, dat er meer dan honderd jaar geleden al elektrische auto’s reden. En niet zomaar ééntje op een wilde tocht van Nebraska naar New York, maar in heel Amerika, in alle grote steden.

Ik heb zelfs nooit op school geleerd, nooit opgezocht, nooit geweten, dat er meer dan honderd jaar geleden al elektrische auto’s reden. En niet zomaar ééntje op een wilde tocht van Nebraska naar New York, maar in heel Amerika, in alle grote steden.

Het had gemakkelijk de titel kunnen zijn van een artikel over het Autosalon in pakweg 2015. Het is een krantenkop uit The New York Times van 20 januari 1911. De tekst is een verslag over de recordopkomst tijdens The Automobile Show in Madison Square Garden die week. Er zijn maar liefst veertig procent meer bezoekers opgedaagd dan het jaar ervoor. Daar zit The Electric voor iets tussen.

The Electric is heel populair, vooral bij vrouwen. Dat  wordt overal vermeld. The Electric stinkt niet, ronkt niet en is ready when you are. Dat wil zeggen: de motor start wanneer jij de sleutel in het contact steekt en omdraait.

 

Dat is op dat moment, in 1911, nog niet het geval voor benzinemotoren. Aan die auto's zit een slinger, waarmee je de zuigers in de motor handmatig moet aanzwengelen. Daar is enerzijds heel veel spierkracht voor nodig en anderzijds is het een vuile, ongezonde bedoening. Het is zelfs gevaarlijk. De slinger kan onverwacht en met een enorme kracht terugveren, waardoor je zomaar je vingers kan breken.

In 1911 draait bij Oliver Fritchle de verkoop  van The 100 Mile Fritchle Electric op volle toeren.

 

De 100 Mile wijst op de enorme actieradius van de batterij in zijn auto’s. Met één oplaadbeurt kan je ongeveer 100 mijl oftewel honderdéénenzestig kilometer rijden. Hybride of elektrische auto’s van vandaag trekken het vaak niet veel verder.

 

Het gaat Fritchle zo voor de (frisse, niet vervuilde!) wind dat hij een filiaal kan openen op Fifth Avenue in New York. Socialites cruisen rond in zijn auto’s.  Hij kan een levertijd van 10 dagen na plaatsing van de bestelling garanderen en produceert ieder jaar ongeveer tweehonderd auto’s.

Bij mijn internetonderzoekje voor het verzamelen van al deze informatie, stoot ik meermaals op de zin: Everything old is new again. Alles komt altijd terug. Dat vind ik sowieso vaak onzin – behalve als het om mode op de catwalk gaat misschien – maar zeker in dit geval. De elektrische auto was geen trend die met het deinen van de tijd ergens tegen een muur is gecrasht. De elektrische auto was honderd jaar geleden een verdedigbaar, potentieel toekomstscenario. Een toekomst met schonere lucht en veiliger verkeer, waar onze voorouders bewust niet voor hebben gekozen.
                                                                      Hoe komt dat?                                                               

Tweehonderd auto’s per jaar klinkt veel voor zo lang geleden, maar eigenlijk is het niets, in vergelijking met wat ‘hij’ produceert. Die ene man, die ene naam: Henry Ford.

 

Hij bouwt in 1912 12 000 auto’s; dat is meer dan alle andere autoassembleurs tesamen. Hij komt wel in onze geschiedenisboeken terecht.

Ford is de goeroe van de mechanisering. Het bouwen van zijn eerste marktmodel, de T-Ford, kost normaal gezien zo’n twaalf-en-een-half uur tijd. Door het uit elkaar trekken van het productieproces en het introduceren van de lopende band maakt Ford daar 93 minuten van. Een motor, bijvoorbeeld, werd eerst gebouwd door één man. Ford voegt er daar 83 aan toe. 84 mensen die allemaal om de beurt een paar schroefjes, een paar hendeltjes vastdraaien. Een paar bewegingen, een paar solderingen, een paar assembleringen per persoon.

ford antisemitisme.jpg

Henry Ford had ook een heel andere kant. 
Veeg over de foto om die te leren kennen.  

De auto’s van Ford rijden op benzine en moeten aanvankelijk nog worden aangezwengeld.  In 1912 is ook dat voorgoed voorbij. Dankzij Charles Kettering blijft elektriciteit aanwezig in de auto, maar dan alleen in het geruisloze, handig te bedienen elektrische ontstekingsmechanisme van de motor, dat we tot op vandaag gebruiken.

Zonder handslinger en met geluidsdemper op de motor, komt de benzineauto tegemoet aan de voormalige voordelen van een elektrische wagen. Daarbovenop worden er overal wegen aangelegd. Steden worden beter bereikbaar, mensen willen zich steeds verder, steeds sneller kunnen verplaatsen. De actieradius van een elektrische auto is te klein om comfortabel te kunnen reizen. Tot slot neemt ook de kostprijs van de T-Ford in 1912 een duik. Voor 690 dollar kan je er al eentje aanschaffen, terwijl the Fritchle Electric 1750 dollar kost en alleen maar duurder wordt.

Er blijft nog maar één echt pluspunt over voor de elektrische voertuigen. Ze stoten geen fijn stof onze lucht in. Ze blazen geen CO2 in onze longen, in onze bomen, in onze stromen. Ze laten geen broeikas aan schadelijke gassen op onze aarde los.

Maar die verschrikkelijk vervuilende stofdeeltjes, zijn zo klein, dat we ze niet zien. En wat een mens niet ziet, daar houdt hij geen rekening mee. Wat een mens niet ziet, is geen 1060 dollar en wat geduld waard.

 

Goedkoper, sneller en verder winnen het van gezonder.

Nog geen tien jaar na Oliver Fritchles bewonderenswaardige elektrische trip door Amerika, sterft The Electric een stille dood. Zo stil, dat de meeste mensen er vandaag nog nooit over hebben gehoord. Vandaag kennen we alleen nog Henry Ford en is het onze aarde, die een stille dood dreigt te sterven. Ze stikt. En er blijkt een pandemie nodig onder de mensen om haar een heel klein beetje te laten ademen.

Goedkoper, sneller en verder hebben honderd jaar geleden gewonnen van gezonder.

                  Gaat dat vandaag opnieuw gebeuren?             

Bachelorproef Woordkunst 
Anke Verschueren 

© alle tekst-, audio- en videomateriaal is gemaakt door en eigendom van Anke Verschueren