Toekomsten

Ik ga op zoek naar iemand die de motor van mijn onderzoek mee op gang kan trekken. Ik wil dit serieus nemen, dus alle paragnosten, mediums en helderzienden schrap ik meteen van mijn lijstje. Er moet toch een wetenschappelijke discipline bestaan die zich bezighoudt met de toekomst? Naar analogie met psychologie, biologie, antropologie en archeologie, google ik: futurologie.

Bingo. Het bestaat. Het is zelfs niet eens een knelpuntberoep.

Er is één naam die ik vaak zie terugkomen. Catherine Van Holder, van Foresight & Design studio Pantopicon. Ik besteed een hele ochtend aan het zoeken naar haar e-mailadres. Ik vind alleen haar telefoonnummer. Grappig, want bij een futurologe beeld ik me juist iemand in die ultra gedigitaliseerd in het leven staat, iemand die al via speciale brillen of hologrammen communiceert. Ik bel haar op.

‘Als mensen me vragen naar mijn job en ik vertel dat ik futuroloog ben, krijg ik de vreemdste blikken. Maar eigenlijk is het heel simpel. Futurologie is het omgekeerde van geschiedenis. Ik ben dus het omgekeerde van een historica.’ De geschiedkundigen die ik ken zitten vooral in bibliotheken en archieven, tussen bergen boeken, met pincetjes, vergrootglazen en steriele handschoenen. Waar is het archief van de toekomst?

 

‘In de verbeelding. Futurologie is een discipline die zweeft tussen de wetenschap en de kunsten. Je hebt een analytische blik nodig om systemen te kunnen lezen. Anderzijds moet je je kunnen verbeelden hoe die ontwikkelingen de aanleiding kunnen geven tot verschillende toekomsten.’

Ik zucht opgelucht. Analyseren, dat kan ik. Als kind al zocht ik patronen in de telefoonnummers die op de cornflakesdoos stonden gedrukt. Ik ontcijferde het systeem achter mijn grootvaders kaartentruc. Op grammatica-examens haalde ik met een minimum aan studeren net niet het maximum van de punten.

En ze zei ‘verbeelden’, niet ‘fantaseren’. Wie weet is er voor mij, de waarzwijger, wel een toekomst weggelegd als futurologe?

Ik vraag haar hoe moeilijk ze het vindt om de toekomst te voorspellen. ‘De toekomst voorspellen, dat kan niemand. Wij hebben het ook nooit over ‘de’ toekomst. Wij spreken over toekomsten, in het meervoud, en die verkennen we. We zoeken naar verschillende potentiële scenario’s, waarop de klant zich dan kan voorbereiden.’

Toekomsten. Ik vind het een mooi woord. Een mooi werkwoord ook. Maar het lijkt me een job die een onmenselijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Wat als je een toekomst verkent die niet zal bestaan? Wat als je je klant zich laat voorbereiden op een scenario dat niet zal plaatsvinden?

‘Dat is een typische denkfout die mensen maken. Alsof een innovatie of een evolutie altijd goed of slecht is en je dus per definitie de foute kant op kan. Dat is niet het geval. Zoals aan alles, zijn er aan elke toekomst voor- en nadelen. En zelfs al verbeelden we ons verschillende scenario’s, er is er nooit eentje dat helemaal ‘waar’ wordt.’

Ik vertel haar over mijn probleem met fantaseren over de toekomst, ik vertel haar dat ik niet veel meer voor me zie dan een vliegende auto en dat ik er, na een bescheiden marktonderzoek, achtergekomen ben, dat ik niet de enige ben.

Tijdens mijn verhaal zegt ze meermaals ‘uhu’, maar ik voel dat ze niet aan het knikken is. Volgens mij is ze eerder haar hoofd aan het schudden: weer eentje die met zulke clichés afkomt.

‘Eerst en vooral: kijk alsjeblief verder dan de technologie. Wij werken meestal met de DESTEP-analyse. Dat is een acroniem dat staat voor demografisch, economisch, sociaal-cultureel, technologisch, ecologisch en politiek.’

 

Ik moet me dus niet alleen focussen op het technologische autoverhaal, maar ook kijken de plaats die de auto inneemt in ons leven en in de maatschappij. 

‘Wie het over de toekomst wil hebben, moet ook zeker kijken naar het verleden. De auto is helemaal nog niet zo oud, mijn grootouders waren de eersten in het dorp die er eentje op hun oprit hadden staan.’

De tendensen die ik ontdek in het verleden en het heden, kan ik dan doortrekken naar de toekomst om zo verschillende scenario's te designen. Dat wil ik zeker proberen. 

Wanneer we afscheid nemen, denk ik er nog net op tijd aan om haar e-mailadres te vragen. 

 

Bachelorproef Woordkunst 
Anke Verschueren 

© alle tekst-, audio- en videomateriaal is gemaakt door en eigendom van Anke Verschueren